Zorgen om zorg

[eigen afbeelding]

De werkwijze van instanties die bestaan omwille de bescherming van kinderen is door de jaren heen regelmatig aangepast. Anno 2021 is het beleid zelfs bijna het tegenovergestelde van het beleid begin jaren 90.  

Ik kan mij nog goed herinneren dat er een campagne voor de kindertelefoon werd gevoerd in ’92. Het maakte denk ik zelfs het eerste activistische vonkje bij mij los. Ik heb toen flyers getekend met daarbij het nummer waar kinderen naartoe konden bellen en heb deze overal in mijn school opgeplakt. Dat zal in groep 6 zijn geweest. Het resultaat was een meester die naar mij toekwam en vertelde dat ik niet zomaar overal flyers mocht plakken maar dat het mooi was dat ik betrokken was bij het onderwerp. Het was daarmee ook de eerste kennismaking met de reactie die (in allerlei varianten) nog op vele initiatieven zouden volgen. 

Kindermishandeling stond toendertijd niet hoog op de agenda op de lagere school. Leerkrachten waren niet geïnstrueerd om daarop te letten of een melding te doen bij een vermoeden van. Als een kind nu onverzorgd naar school komt; ongekamde haren,vieze nagels,mager of een aantal dagen in dezelfde kleding verschijnt kun je als ouder een vermanende brief verwachten of als je pech hebt een telefoontje van veilig thuis.  Dat dit kan wijzen op verwaarlozing is zeker zo. Het grappige is echter dat in ’92 het helemaal niet vreemd was als kinderen er zo bij liepen.  Op basis van zo’n observatie ging men er vanuit dat het gezin het nu eenmaal niet zo breed had of een zuinige levensstijl gewend was. Dit was veelvoorkomend en werd niet gezien als problematisch maar als een feit, het was onderdeel van de maatschappij.  Armoede betekende toen ook nog iets heel anders dan tegenwoordig. Als je tweedehands speelgoed,tweedehands kleding had, naar de McDonald’s als hoogtepunt in het jaar, was dat nog geen armoede. Voor een hoop gezinnen was dit de norm. Zolang je onderdak had, te eten kreeg, kleding aan je lijf al was het te klein en je naar school kwam, was er in de ogen van de maatschappij niets aan de hand. 

 bron:www.geheugenvannederland.nl                                                              

Het niet hebben van dure telefoons, laptops, merkkleding, sierraden, kleedgeld, mp3spelers, werd naarmate de jaren vorderden, de maatstaf waaraan iemands financiële status werd bepaald. En het werd een signaal dat er wel eens sprake kan zijn van verwaarlozing. Ouders worden geacht dure gadgets aan te schaffen zodat de school digitaal kan communiceren. Er zijn potjes voor de gezinnen die daar niet aan kunnen voldoen. Als een kind wel een laptop van z’n ouders krijgt maar een verouderd model, is de consensus dat dit kind in armoede leeft. Leerkrachten zullen nauwlettend in de gaten houden of er ook signalen zijn die wijzen op verwaarlozing. 

Als je hier over nadenkt is dat een vreemde ontwikkeling in het voorkomen of signaleren van kindermishandeling.  Leerkrachten zouden meer inzicht kunnen krijgen door naar het gedrag van kinderen te kijken. Als een kind extreme uitspraken doet of sadistische trekken vertoond jegens anderen of dieren, kun je als leraar bedenken dat er zich thuis dingen afspelen die dit veroorzaken. Verwaarlozing is niet af te lezen aan bezittingen wel aan gedrag.  Door armoede te baseren op het niet kunnen aanschaffen van de nieuwste gadgets en verwaarlozing daar aan te koppelen blijft een hele grote groep kinderen niet gezien. Juist het hebben van allerlei dure prullaria kan er op wijzen dat een kind geestelijk word verwaarloosd. 

Het is tegenwoordig bijna onmogelijk voor de gemiddelde Nederlander om als gezin van één inkomen rond te komen. Alleen al het feit dat ouders daardoor minder tijd hebben voor het gezin doet kinderen tekort. Maar dit wordt niet gezien als verwaarlozing, het is juist een inspiratie voor kinderen om te zien dat je hard moet werken en dat vrouwen hierin gelijk zijn aan mannen. Men praat hier iets goed wat eigenlijk niet goed te praten is. Als iets te koste gaat van de tijd die je als ouder aan je kind wilt geven, is het kind de dupe van de economische maatstaf. 
De kinderbescherming werd niet zomaar ingeschakeld. Daar moest echt heel wat aan vooraf zijn gegaan, wilde die bij je op de stoep staan. Dat was natuurlijk wel een verbeterpunt. Mishandeling kon jaren voortduren voordat er een rechter aan te pas kwam om de kinderen uit huis te plaatsen. Hoe anders is dat nu, waar veilig thuis al langskomt als iemand een melding heeft gedaan. 


Een bizar voorbeeld is dat van de ouders van een vijfjarige jongen met kanker. De oncoloog wilde de jongen met chemotherapie behandelen. De ouders vonden dit erg heftig toen ze begrepen dat dit inhield dat zijn immuunsysteem plat zou leggen en zijn op zoek gegaan naar meer informatie. Ze kwamen erachter dat er ook andere behandelingen bestaan. Geen gekke dingen zoals zonlicht therapie of andere onwetenschappelijk onzin maar een medisch goedgekeurde therapie. Immunotherapie, waarbij het immuunsysteem juist wordt versterkt.  De oncoloog reageerde aanmatigend. Iets wat je steeds vaker ziet gebeuren als een leek kennis heeft opgedaan. “Google is geen medisch adviseur,ik wel,ik schrijf chemotherapie voor”. Direct nadat de ouders de spreekkamer verlieten heeft de oncoloog een zorgmelding gedaan bij veilig thuis. Nog diezelfde dag stond er een medewerkerop de stoep bij deze ouders om een onderzoek in te stellen naar vermoedelijke kindermishandeling. 
https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/veilig-thuis-meningsverschil-arts-en-ouders-over-behandeling-kind-niet-melden-als-kindermishandeling

In 20 jaar tijd zijn we van te traag reageren naar absurd actief handelen gegaan. Kinderen zijn hier niet mee geholpen. Als kinderen geen zichtbare blauwe plekken hebben,financieel geen tekort hebben, op school mee kunnen komen en vriendjes hebben, kan het thuis een hel zijn waar niemand ook maar een blik op richt.  Als instanties een andere mening hebben dan de ouders wordt er wel direct ingegrepen. Bijvoorbeeld wanneer de school een andere mening heeft, wanneer jeugdzorg een andere mening heeft, de behandelaar van een ouder een andere mening heef of de gemeente die de bijstand uitkeert. 

Hier komt een heel duidelijk profiel naar voren. Namelijk als een gezin/ouder een instantie ingeschakeld, deze hulp zeer snel kan kantelen naar ellende.  Als je een leuk inkomen hebt, daar beide hard voor werkt is de kans dat je met een instantie te maken krijgt een stuk lager. En de kans dat je met meerdere instanties te maken krijgt nog lager.  Armoede is nu weer de factor die er voor zorgt dat kindermishandeling wordt gemeld. Voor de volledigheid: ik bedoel hier niet te zeggen dat je met een hoger inkomen niet met instanties te maken krijgt, met alle problemen van dien. Maar dat een lager inkomen tot gevolg kan hebben dat je vaker of intensiever gebruik moet maken van de instanties. 

Op de weg van de jaren 90 naar nu kwam ook het JAC en het JIP in beeld. De eerste negatief, de tweede als alternatief voor de eerste. Ze vervullen dezelfde functie. Een laagdrempelige plek waar jongeren terecht kunnen met hun problemen. Het JAC werd door velen met dezelfde argusogen bekeken als veilig thuis anno nu. Een instantie die erop was gericht om je kinderen weg te halen. En feitelijk was dat een juiste conclusie. Natuurlijk werd in de campagnes het nut van een plek voor kinderen die niet met hun ouders over seks durfden te praten overbelicht. Dat er vervolgens andere instanties bij werden betrokken waar ze de ouders niet over hoefden te informeren werd pas duidelijk nadat er verhalen naar buiten kwamen over uit elkaar gerukte gezinnen. 

Een voorbeeld uit de praktijk is dat van een 11 jarig meisje uit een gescheiden gezin. Na 3 jaar bemiddeling en talloze rechtszaken door één van de ouders, besloot een rechter uiteindelijk dat ze bij de andere ouder moest gaan wonen waardoor er een einde kwam aan het misbruik wat al jaren in beeld was. Op haar 13e kwam ze via het JAC bij jeugdzorg terecht.Toen was het een kwestie van uren om haar in een beschermde instelling te plaatsen en een toeziendvoogd te laten bellen om het thuisfront te informeren dat hun kind niet meer thuis kwam. Op basis van één gesprek, zonder enige vorm van wederhoor of onderzoek.

Deze aanpak is nooit verbeterd. Er zijn alleen meer instanties bijgekomen om dit proces via andere/meerdere wegen tot hetzelfde resultaat te brengen. 
 De gevolgen voor ouders lijken mij duidelijk. Maar al deze regelingen zijn in het leven geroepen ter bescherming van het kind. Het wrange is dat na een uithuisplaatsing de veiligheid van kinderen verre van gewaarborgd is. 
 Slachtoffers van loverboys bijvoorbeeld. De theorie is dat je deze meisjes uit hun omgeving moet halen om het contact met het wereldje waar ze in terecht zijn gekomen volledig te kunnen verbreken. Een gesloten instelling is dan in de ogen van de jeugdwerkers een hele goede optie. Dezelfde plek waar kinderen met allerlei ernstige problematiek heen gestuurd worden als alle andere oplossingen niet hebben gewerkt.  Eenmaal daar worden ze geacht om zich volwassen te gedragen. Geen uitbarstingen, geen tegenspraak, de routine aanhouden die in de instelling gewoon is. Als iemand deze regels niet breekt, is er weinig aan de hand. Maar we hebben het over tieners die een vergelijkbaar brein hebben van iemand die een psychose heeft.  16-jarige pubers zijn irrationeel, impulsief en hun lijf gaat door zoveel ontwikkeling heen, dat letterlijk ieder chemisch en hormonaal proces uit balans is. De regels volgen in een stabiel gezin is dan al een opgave. De gemiddelde ouder heeft of kent verhalen waarbij pubers het gezinsleven behoorlijk ingewikkeld maken. Maar gelukkig dankzij de liefde en het door en door kennen van elkaar komen de meeste ouders deze periodes gewoon door zonder extreme maatregelen of ontwrichting. 

In een instelling is er geen basis. Tenminste, geen basis waar je elkaar al jaren kent en fijne herinneringen hebt gemaakt, van elkaar houdt en waar vertrouwen vanaf de geboorte heeft kunnen groeien. De basis in een instelling bestaat uit de regels en de competentie van de, doorgaans, jonge onervaren medewerkers. De gevolgen van het breken van de regels zijn enorm. Straf bestaat uit verschillende maten van vrijheidsbeperking. Bijvoorbeeld meer uur op de kamer moeten doorbrengen dan er op de dagplanning stond.  Dit passen zoveel ouders toe, huisarrest is geen vreemd woord in gezinnen met pubers in huis. Echter, er zit een groot verschil in. De kinderen in een instelling zitten per definitie al opgesloten. De straf klinkt redelijk, alleen doordat de leefsituatie compleet anders is, zijn ze niet te vergelijken. De impact van deze straf is in een instelling vele malen groter. 
 Deze beperking kan steeds verder worden uitgebreid. En in extreme situaties, in instellingen waar de ggz de leiding heeft bijvoorbeeld, leidt dit zelfs tot isolatie. Alles wordt dan afgenomen,tot aan de kleding toe. In sommige gevallen is er sprake van dwangmedicatie. Dit gebeurt niet op de kamer, het kind wordt in een kleine ruimte gezet waar niets staat wat beschadigd kan worden en niets waar ze zichzelf mee zouden kunnen beschadigen. Een prikkel-arme ruimte. Een isoleercel. 
 

Ondanks vele petities, moties, debatten, protesten en media aandacht gebeurt dit in Nederland nog steeds. De instellingen waren bedoeld ter bescherming van het kind, maar wanneer ze deze instellingen verlaten hebben ze meer traumatische ervaringen opgedaan dan bij de opname het geval was. 

“It is not the monsters we should be afraid of; it is the people that don’t recognize the same monsters inside of themself.”
― Shannon L. Alder

Terug naar het beleid in de instellingen. Kinderen worden geacht te leren, een opleiding volgen. Maar ook moeten ze leren om zelfstandig te worden. Koken, financiën, samenwerken, groepsgesprekken zijn allerlei zaken die aan bod komen. Klinkt logisch toch? Nee.  Als ouder zijn dit onderwerpen die dankzij de gezinsdynamiek vanzelf aanbod komen. Je hoeft na schooltijd niet de tijd van je kinderen helemaal dicht te timmeren met allerlei lessen. Koken doe je samen omdat het fijn is, afwassen wordt verdeeld omdat iedereen z’n steentje bijdraagt, etc. In overleg. Dit overleggen kan veel tijd kosten omdat pubers heel veel niet steekhoudende argumenten wel besproken willen hebben. Niet een keer, dit kan dagelijks meerdere malen voorkomen. En als ze inzien dat het toch wel erg buitensporig was, krijg je als ouder een lief cadeautje en een gezellige middag met je puber op de bank om het goed te maken. 

Dat gaat niet in een instelling. Er is geen tijd om van acht pubers tien argumenten aan te horen en er redelijk op te in gaan. Er is zelfs geen tijd om van alle acht, één argument in het juiste perspectiefte zetten.  De werkdag van de medewerker kan er bijna opzitten, er moet vergadert worden, de planning loopt in de war als een taak niet optijd wordt uitgevoerd, etc. Er is geen plek en tijd om hier aandacht aan te schenken.  Wat inhoudt dat ze zich wel als volwassenen moeten gedragen, maar als kleuters worden behandeld.  Wat weer consequenties heeft voor het kind,op allerlei vlakken. De ontwikkeling, het zelfvertrouwen, het vertrouwen in anderen,de emotieregulatie, allerlei zaken waar een puberbrein in een gezonde situatie al mee kan worstelen. Als een kind ‘beschadigd’ is, vraagt dat om meer steun bij het puberen. De zorg gaat er nu vanuit dat puberen door een strenge hand en regelmaat gereguleerd kan worden.

 Bij deze kinderen waren deze zaken al aangetast door allerlei nare gebeurtenissen. Er minder aandacht voor hebben dan in een gezond gezin wordt verwacht, kan op geen enkele manier ter bescherming van het kind zijn.  En bedenk dat dit beleid actief gevoerd wordt. Als een puber toch blijft proberen een discussie te voeren, worden de vrijheden weer beperkt. Als dit een aantal dagen doorgaat, is er van vrijheid geen sprake meer. 

Het is het beschikbare geld en medewerkers wat dit veroorzaakt, en wat het beleid bepaalt. Het belang van kinderen komt pas na de budgetbespreking aan bod. Alles wordt gebaseerd op wat financieel het meest gunstige is. 
 Kinderbescherming is een zeer misleidend woord. Een woord wat als argument tegen ouders wordt ingezet maar als doel op zich wordt verzaakt. 

Natuurlijk gaan niet alle kinderen naar een gesloten instelling bij een uithuisplaatsing. Er zijn gastgezinnen,pleeggezinnen,open instellingen of bijvoorbeeld begeleid wonen. Een pleeggezin klinkt als de meest ideale oplossing. Een pleegouder ben je voor langere tijd, waar alle ( nieuwe) gezinsleden de tijd en ruimte hebben om het samen werkbaar te maken. Dat is geen garantie dat het een succes wordt. Pleeggezinnen zijn vaak slecht voorbereid op de problematiek van het geplaatste kind. Het slagingspercentage ligt rond een schrikbarende 50%. Het probleem met de andere woonvormen is dat hier dezelfde vorm van opvoeden wordt toegepast als in een gesloten instelling. Gezinshuis kunnen meer bieden, de reden dat dit niet voor ieder kind beschikbaar is, is zoals altijd het geld. https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/464215/De_Monitor.html https://pointer.kro-ncrv.nl/onderzoeken/uithuisgeplaatste-kinderen

Het is het de realiteit dat de kinderen die niet aan de regels kunnen voldoen óf op straat terecht komen of alsnog in een gesloten instelling worden geplaatst. Daarnaast is de realiteit ook dat ernstige problematiek het schikken naar de regels erg moeilijk kan zijn. Vaak is het gevoel van autonomie meer ontwikkeld bij kinderen die zorg tekort zijn gekomen. Als ouder heb je natuurlijk gezag in de ideale situatie. Dat gezag is verdiend doordat kinderen weten dat het vanuit liefde bestaat. Een begeleider, therapeut, behandelaar heeft meer tijd nodig om die verhouding voor zowel kind als professional werkbaar te maken dan er nu is.

 bron:https://www.kinderrechten.nl/

Dit systeem kan en moet anders. Kinderen opsluiten tot hun 18e en dan verwachten dat ze het gaan redden is ook kindermishandeling. Kinderen bij gastouders plaatsen, terwijl deze kinderen traumatische ervaringen hebben, en verwachten dat ze de vader en moeder vertrouwen is een absurde gedachte.  

Ter vergelijking: Als een slachtoffer aangifte doet bij de politie, is er keus. Men begrijpt dat het zeer onprettig kan zijn als je aangifte moet doen bij iemand van hetzelfde geslacht als de dader

Het beleid om kinderen in gezinnen plaatsen houdt hier op geen enkele wijze rekening mee. Dat het misbruik zelfs opnieuw kan plaatsvinden in deze opvang situaties is een feit. De oplossing gaat ook dan weer tenkoste van het kind. 

Er is nog een factor die aan de grondslag ligt van het zorg probleem, namelijk dat trauma’s niet herkend worden. Een uithuisgeplaatst kind, met een geschiedenis van verwaarlozing kan niet weten wat de schade is. Er vanuit gaan dat er geen trauma is zolang het kind niet aangeeft is er vanuit gaan dat als je een hersenschudding oploopt de dokter hier niets mee hoeft te doen totdat je zelf de diagnose stelt.

In het kort:

  •  Kinderen beoordelen op basis van inkomen, waardoor er een wirwar van instanties worden ingeschakeld met allerlei voorwaarden en overeenkomsten, is niet in het belang van het kind. Men kan niet verwachten met chaos orde te scheppen. 
  • Jeugdzorg zou niet onder de maatstaf van ouderlijke zorg horen te opereren. Vanwege budgettaire overwegingen de meest minimale zorg aanbieden zal nooit gezonde kinderen opleveren.
  • Instellingen en detentiecentra lijken nu teveel op elkaar. Regime en zorg lopen in elkaar over.
  • Er zou meer educatie beschikbaar moeten komen om pleegouders voor te bereiden op de bijkomende problematiek.
  • Ouders aan de kant zetten op het moment dat er onenigheid of een meningsverschil is, is een machtsmiddel. Met het kind beschermen heeft dit niets meer te maken. 
  • Bij medische consults ruimte zou er ruimte gecreëerd moeten worden om te bespreken wat ouders weten over het onderwerp en de argumenten die daaruit zijn ontstaan serieus te nemen. Een deskundige kan de gevonden informatie beter duiden. Als een alternatief mogelijk blijkt is het de verantwoordelijkheid van artsen om de wens van ouders leidend te laten zijn.
  • Isoleren is nooit een oplossing ten behoeve van het kind. Het is een strafmaatregel.
  • Trainen, hoe je trauma’s herkent en de zorg daar opaanpassen kan veel leed in het latere leven voorkomen.
[eigen afbeelding]
“Be the one who nurtures and builds. Be the one who has an understanding and a forgiving heart one who looks for the best in people. Leave people better than you found them.”
― Marvin J. Ashton

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: